PHILIPPE ROLIN
Geschreven Jacob Christiaan Dreves
B E V R IJ D I N G V A N V L A G T W E D D E E N O M G E V I N G OP 12 A P R I L 1945.
Twaalf april 1945 is voor mij en vele andere bewoners van mijn toenmalige woonplaats Vlagtwedde een zeer gedenkwaardige dag.
Ik was toen 14 jaar en had die dag minstens vier keer door oorlogsgeweld gedood kunnen worden.
In de dagen vóór de bevrijding wist ik niets omtrent de op handen zijnde bevrijding. De enige bijzondere gebeurtenissen uit die tijd, waren de Duitse soldaten, die zich 's-nachts verplaatsten in de richting van Winschoten. Ze waren massaal te voet en met paard en wagen.
Ik woonde toen aan de Molenlaan no.1 en dat was ongeveer 75 meter van de straatweg, waardoor ik die soldaten ongemerkt kon gadeslaan vanuit mijn slaapkamerraam op de zolderverdieping.
Het bleek, dat er verscheidene Duitse soldaten in Veele waren achtergebleven. Ze hadden zich ingegraven aan de noordzijde langs het Mussel A kanaal, in de omgeving van de Veelersluis.
De brug over het kanaal was tevoren door de Duitsers opgeblazen. Er was een houten noodbrugje over de sluiskolk aangebracht, zodat voetganger, fietsers en klein overig verkeer het kanaal konden oversteken.
Mijn speelkameraad Bonnie Bonnes en ik waren die middag lopende naar de Veelersluis gegaan. We ruilden daar zelf verbouwde tabaksbladeren tegen sigarettenvloeitjes met de Duitsers. Zij hadden niets te roken en wij hadden geen sigarettenpapier.
We ruilden met de soldaten , die in de schuttersputjes zaten, vóór de woning van de familie Hidding, vlak bij het bosje aan het riviertje de Ruiten Aa. Toen we geruild hadden, zei een soldaat met een mitrailleur, dat we direct weer weg moesten gaan. "Es wird gefährlich", zei hij.
Bonnie en ik gingen toen over de noodbrug weer terug. Bij de toenmalige winkel van "verver Hidding" zoals wij deze altijd noemden, zagen we dat er uit de richting van Vlagtwedde een pantserauto naderde. Op de pantserauto zat een geschutskoepel met een soldaat achter een mitrailleur.
Bonnie en ik vroegen ons toen af hoe die Duitse pantserauto nog over het kanaal moest komen omdat de brug opgeblazen was.
Maar toen die pantserauto ons ongeveer 20 meter voorbij was, werden we ruw uit de droom geholpen. De Duiitsers schoten op de pantserauto. Deze had vuurcontact gemaakt, keerde en reed terug in de richting van Vlagtwedde.
Wij wisten onmiddellijk hoe laat het was en gingen hard dravende naar huis.
Ik was nog maar amper thuis, toen er veel jeeps met dubbele mitrailleurs in de richting van Veele reden. En de bevolking stond langs de weg te zwaaien en te juichen. Ik ging er toen ook heen en ging aan de voor mij overkant van de weg, op de oprit naar de woning van de schilder Karel de Vries staan.
Plotseling floot er een kogel langs mijn hoofd en voor mijn neus werd een soldaat in een jeep doodgeschoten. De jeep stopte, de soldaat werd in een gesloten aanhangwagentje achter de jeep gelegd. Er kwam een oranje doek over de aanhangwagen, waarna de jeep daarmee terug reed in de richting van Vlagtwedde.
En toen brak de hel los. De jeeps werden in slagorde opgesteld en alle machinegeweren ratelden op volle toeren. De mensen vluchtten allemaal naar huis, maar ik kon de weg niet meer oversteken om naar huis te gaan.
Ik ben toen langs de achtergevel van de naast Karel de Vries wonende Auke Rotgers gaan liggen. Het stonk daar erg naar pis.
Toen het schieten na lange tijd ophield, ben ik naar huis gegaan.
Na enige tijd kwam er een soldaat naar ons huis gelopen.
Hij had een rode baret op en had een kort geweertje, met een grote ronde trommel er op, bij zich. Het bleek een Belgische soldaat te zijn en hij sprak Frans.
Ik kon in die tijd al een aardig woordje Frans spreken en kon dus vrij goed met hem praten. Ik heb hem mee in huis genomen. Hij had honger en heeft toen een plak roggebrood met warm vlees opgegeten.
Op een gegeven moment stonden we achter ons huis. De soldaat keek toen door een verrekijker, achter het Veeler kerkhof langs, in de richting van het Mussel A kanaal. Daar zag hij een grote hoop aarde liggen. Hij gaf mij de verrekijker en vroeg mij te kijken wat voor aarde dat was.
Het bleek dat daar op de kanaaldijk, bij de woning van Brouwer, aardappelhopen lagen, afgedekt met aarde. Die aardappelen waren bestemd voor de fabriek in Veelerveen. Dat heb ik hem toen uitgelegd, waarbij ik hem ook de voor ons zichtbare fabriek in Veelerveen kon aanwijzen.
En terwijl wij daar zo met elkaar stonden te praten, floot er een kogel tussen ons door.
Later bleek, dat er Duitse soldaten op het kerkhof zaten. En die hebben op ons geschoten.
De soldaat ging hierop weer weg. Het was de derde keer in korte tijd., dat mijn leven in gevaar was geweest.
De vierde keer deed zich voor, toen ik een emmertje water uit onze waterput ging halen. Toen ik daarmee langs de voorgevel van onze woning liep, ketste er een kogel, vlak boven mijn hoofd, tegen de gevel.
Ik vond het toen welletjes. We zijn toen met ons hele gezin in de grote en diepe kelder van onze woning gaan zitten. Het bleef nog lange tijd onrustig, waarbij er nog veel geweervuur te horen was. Toen alles voorbij was, zijn we weer uit de kelder gegaan. De bevrijding was een feit.
Maar ik zal deze dag van de bevrijding nooit weer vergeten, omdat mijn leven vier keer in gevaar is geweest.
***
Zou de herinnering van mijn oma ook zo geweest zijn? Philippe Rolin (foto), was die dag op de brug bij Veele en verloor daar zijn leven, nadat achtergebleven Duitse soldaten zich achter de brug hadden verschanst. Of achter de aardappelhopen of het kerkhof, ...
Het verhaal vertelt dat mijn oma, die Frans sprak, hem in zijn laatste momenten heeft bijgestaan in de woning met groentezaak van haar ouders, mijn overgrootouders Sievert en Remke. Daarna is er schriftelijk contact geweest met de ouders van Philippe, waarin zij mijn oma bedankten en haar een airborne speldje stuurden van Philippe. Deze vreselijke oorlog ontnam hen beide zonen, ... Philippe werd geraakt bij de bevrijding van de brug maar zette toch door. Kort daarop werd hij weer geraakt, hij stierf enkele uren later aan zijn verwondingen. Broer Yves was op 21 oktober met zijn vliegtuig uit de lucht geschoten in Hongarije.
Mijn overgrootouders, Sievert en Remke, ontvingen twee platina servetringen omdat zij Philippe hebben opgevangen en verzorgd in hun woning. De fanilie was van adel, Baron & Barones Rolin.
![]() |
| beelden via: Jacob Christiaan Dreves |
![]() |
| tijdelijk graf van Philippe Rolin in Veele |
Opgetekend uit een gesprek met mijn tante, dochter van Jurriene Elzinga.
Die foto raakt me (bij het zien van de foto van Philippe Rolin). Het is de jongeman die jouw oma heeft bijgestaan, terwijl hij dodelijk verwond was. Door mijn gesprekken met haar weet ik hoe erg ze dit heeft gevonden. En hoe ze geraakt was door het verdriet van de ouders die hun beide jongens verloren. En haar de onderscheiding, gaven omdat hij toch nog zijn moedertaal had kunnen spreken tijdens zijn laatste levensfase.
Ik voel weer het verdriet van oma en zij zou zo geraakt zijn als ze deze foto nu zou zien. De winkel waar jouw moeder geboren is en waar wij altijd logeerden. De ingang van de kelder lag in de winkel en had een lange trap naar beneden.
Voor mij zijn alle herinneringen aan de geschiedenis van de oorlog verbonden aan dat huis. Als oma erover vertelde had ik die grote kelder in mijn gedachten en het kippenhok achter die grote woning was voor mij het kippenhok met de radio.
***
![]() |
| Het airborne speldje S.A.S.* van Philippe, gegeven aan oma door zijn ouders (heraldiek), nu in de hand van mijn tante, |
Het huis waar mijn tante naar verwijst is de 1e woning van mijn overgrootouders. Mijn overgrootvader Sievert ventte met de groentekar en mijn overgrootoma was een hardwerkende vrouw in de winkel. Naar verluid is mijn moeder hier geboren in 1947, aan de Schoolstraat 139 in Vlagtwedde, bij haar opa en oma thuis. Later verhuisden ze naar de Weenderstraat 111. Mijn overgrootouders kregen daarna een 2e winkel. Deze brandde later af (ong. 1980).
Deze woning aan de Schoolstraat 139, ligt op 8 minuten lopen van de Veelerbrug, waar Philippe en zijn compagnons Hazard en Breuer, door de Nazi's onder vuur werden genomen, nadat ze deden alsof zij zich overgaven. Het komt overeen met wat de Aalmoezenier (geestelijke) R. Jourdain, a.j. beschrijft in zijn brief aan de familie Rolin, over de laatste periode van het leven van hun zoon. Het was hun wens om de omstandigheden te kennen die aan zijn dood voorafgingen. Deze brief heb ik ook een kopie van (in het Frans). Via Wubbe Kuper ontving ik de foto's van de drie jongens en de officieel vertaalde brief van R. Jourdain.
* Vintage Pegasus Airborne-broche – parachutistspeld – Edward Seago Design 1942 – bordeauxrood emaille – militair verzamelobject. Afmetingen: 1,32 x 1,35 inch (3,36 x 3,44 cm)
Vintage geëmailleerde broche met het iconische Pegasus-embleem dat wordt geassocieerd met luchtlandingstroepen.
Het ontwerp met het gevleugelde paard (Pegasus) is oorspronkelijk gemaakt in 1942 door de Britse kunstenaar Edward Seago en werd het symbool van luchtlandingseenheden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit embleem werd later ook gebruikt door verschillende parachutisteneenheden, waaronder de Belgische paracommando's ( en S.A.S.)
Deze broche is waarschijnlijk een herdenkings- of militair-gerelateerd stuk geïnspireerd op dat historische symbool.
Materiaal: email op messing
Kleur: bordeauxrode achtergrond met lichtblauwe Pegasus






Reacties
Een reactie posten