TOT ZE ER INEENS NIET MEER WAREN.

de ULO aan de Hoofdweg 77-79 in Bellingwolde

     Ze waren er, tot ze er ineens niet meer waren.

Mijn oma werd in 1924 geboren en groeide op in Vlagtwedde, een dorp in Westerwolde.

Als meisje fietste ze naar de ULO in Bellingwolde. Samen met haar vriendinnen. Meisjes van ongeveer dezelfde leeftijd, met wie ze naar school ging, leerde, lachte en opgroeide.

Een heel gewoon leven, zou je denken. Tot 1941.

Van de ene op de andere dag mochten haar Joodse vriendinnen niet meer naar school. De Duitse bezetter had bepaald dat Joodse kinderen niet langer onderwijs mochten volgen samen met niet-Joodse kinderen.

Mijn oma vond dat verschrikkelijk en ze begreep niet waarom haar vriendinnen ineens niet meer naar school mochten. En toen werd het nog veel erger. In 1942 verdwenen de Joodse gezinnen uit het dorp. Niet alleen de meisjes van school, maar ook hun vaders, moeders, broertjes en zusjes. Hele families verdwenen.

Ze werden gedeporteerd, weggevoerd in treinwagons met meer dan 100 mensen naar Westerbork. Treinwagons zonder comfort, ... Ze konden er niet zitten, het was er warm of koud en er was geen sanitair. Van Westerbork vertrokken er treinen naar Auschwitz, waar de dorpsgenoten en vriendinnen van mijn oma werden vermoord. Zomaar, ... alleen omdat ze Joods waren.

Mijn oma heeft haar vriendinnen nooit meer teruggezien en wat overbleef, waren herinneringen aan de meisjes die ze had gekend. En later de verhalen over de verschrikkingen die hen waren overkomen. Verhalen die nauwelijks te bevatten zijn.

De afgelopen tijd ben ik op zoek gegaan naar die meisjes. Naar de Joodse gezinnen die destijds in Vlagtwedde en de omliggende dorpen woonden. Ik heb namen gevonden, geboorteplaatsen, adressen en overlijdensdata. En juist die gegevens maken het voor mij steeds persoonlijker. 

Meisjes die in 1922, 1923 of 1924 werden geboren. Meisjes die net als mijn oma plannen en dromen moeten hebben gehad. Die misschien op dezelfde schoolfoto staan. Die fietsten over dezelfde wegen, door dezelfde dorpen. Mijn oma mocht volwassen worden. Zij kregen die kans niet.

Binnenkort reis ik zelf naar Auschwitz.
Daar, in het Nederlands paviljoen, bevindt zich een namenwand met de namen van zeker 57.000 Joden uit Nederland die in Auschwitz zijn vermoord.

Tussen al die duizenden namen ga ik zoeken naar de mensen uit het dorp waar mijn oma opgroeide. Naar de families die ik inmiddels heb leren kennen uit archieven en documenten. Naar de meisjes die misschien naast haar in de klas zaten. Naar de namen die ik de afgelopen weken steeds opnieuw heb gelezen. Ik weet dat hun namen tussen de 57.000 andere namen staan van mensen die in Auschwitz zijn vermoord.

Wat voor ons geschiedenis is, was voor mijn oma haar jeugd. Haar klas met haar vriendinnen. Haar dorp met haar inwoners, .. tot de Duitse bezetter besloot daar een eind aan te maken. Daarom moet hun verhaal worden verteld.

En wanneer ik daar straks ben, denk ik aan de meisjes die op een dag niet meer mee mochten fietsen naar school. En die nooit meer thuis kwamen.

Reacties

Populaire posts